
Naam:
Latijnse naam: Pantherophis guttatus guttatus voorheen Elaphe guttata
guttata
Nederlandse naam: Korenslang zou maisslang moeten zijn
Soort omschrijving:
Koren- en rattenslangen behoren tot het genus Elaphe; de korenslangen behoren
tot de soort Elaphe guttata. Het Latijnse woord ‘Elaphe' betekent hertehuid'
terwijl `guttata' `gespikkeld' betekent. Beide namen slaan toepasselijk op
koren- en rattenslangen, omdat de huiden van de meeste soorten als verfijnd
gelooid leer aanvoelen en de stippen op hun rug typische patronen vormen.
Sommige mensen zien overeenkomsten tussen de patronen op de buikschubben met
maïskolven, een kleurrijke voorvader van onze hedendaagse maïs. Een andere
bekend verhaal over hoe de slang zijn naam kreeg, komt van de vroegere Europese
kolonisten. Deze troffen deze slang vaak op hun maïsvelden aan, alsof ze hun
maïs opaten. In feite werd hun aanwezigheid op prijs gesteld omdat ze de
populatie van de knaagdieren laag hielden. Amelanistische slangen (zonder de
zwarte en bruine kleur) worden ook wel ‘rode’ rattenslangen genoemd vanwege hun
rode tot oranje kleur.
Habitat:
Het geslacht Elaphe heeft een zeer groot verspreidingsgebied. Waaronder het
Amerikaanse continent van het noordelijkste deel van de U.S.A. tot Costa Rica in
het zuiden, Midden en Zuid Europa, Azië en de Malaise eilandengroep.
Korenslangen komen over het algemeen voor in loofwouden, dennenbossen,
rotswanden en agrarische gebieden in het zuidoosten van de Verenigde Staten.
Terwijl Elaphe guttata (korenslang) voorkomt in Maryland en zuidelijker van New
Jersey tot de kust van de Golf van Mexico, komt de Elaphe guttata emoryi (Great
Plains rattenslang) voor in Texas, het noorden van Mexico en noordelijk in
Kansas en Missouri. Ze zijn het meest actief in de avond en nachtelijke uren en
komen doorgaans alleen op de grond voor, hoewel sommige zich ook in boomtakken
ophouden. Elaphe-soorten voeden zich met alles tussen vissen en kikkers tot
knaagdieren en zoogdieren toe. De korenslang begint met het eten van kleine
ongewervelde dieren als krekels waarna zij snel overgaat op knaagdieren.
Korenslangen leggen eieren en zijn na twee jaar geslachtsrijp.
In een groot deel van het verspreidingsgebied van de korenslang is de
luchtvochtigheid vaak behoorlijk hoog, terwijl die in andere gebieden meer
normaal is. In het grootste deel van het verspreidingsgebied valt jaarlijks
l000-1500 mm regen, terwijl vooral in sommige streken van Florida wel tot 2000
mm in een jaar valt. 's Zomers varieert de gemiddelde temperatuur van ongeveer
22°C in het noordelijke deel van het verspreidingsgebied, tot ongeveer 27°C in
het zuidelijke deel. 's Winters bedraagt de temperatuur ongeveer 4,5°C in het
noorden en rond de 21°C in het zuiden. Alles bij elkaar een duidelijk verschil
in de temperatuursverhoudingen binnen het verspreidingsgebied van de soort,
zowel in de zomer als in de winter.
Gedrag:
Koren- en rattenslangen zullen zich niet knus om uw arm heen draaien zoals
pythons of koningsslangen dat doen. Ze kiezen een richting en proberen daarheen
te gaan. Hoewel ze relatief klein van lijfomvang zijn, zijn ze redelijk sterk.
Pak ze altijd bij hun lichaam en geef hun kop de ruimte. Als de slang een kant
op wil die niet de uwe is, kunt u de kop voorzichtig in een andere richting
leiden. Veel slangen worden onrustig wanneer ze in een nieuwe omgeving komen met
andere mensen. Geef ze een paar dagen de tijd om te acclimatiseren voordat
andere mensen aan hen komen.
Uiterlijk:
Net geboren exemplaren variëren in lengtes van 25-35 cm, volwassen exemplaren
zijn in het algemeen 75 tot l50 cm, gemiddeld 90-120 cm lang. In het wild voeden
de net geboren slangen zich met kleine hagedissen en boomkikkers. Volwassen
dieren voeden zich met kleine knaagdieren en vogels, hun prooi dodend door
middel van wurging. In gevangenschap eten zowel jonge als oudere exemplaren
gewoonlijk zonder problemen dode muizen. De gemiddelde levensverwachting van
deze slangen is tien jaar, hoewel een beschreven exemplaar eenentwintig jaar oud
is geworden. Wanneer een koren- of rattenslang wordt gekocht, dient u te letten
op een niet te mager lichaam zonder zichtbare verwondingen of schuurplekken,
heldere en alerte ogen, een duidelijke tongbeweging en geen zichtbare mijten of
teken. Tenslotte moet de cloaca schoon zijn.
Huisvesting:
De terraria van koren- en rattenslangen moeten een minimale inhoud van 90 liter
hebben! Het terrarium moet geheel afsluitbaar zijn, omdat de slangen continu
zullen proberen een uitgang te vinden. Hebben zij eenmaal een kier gevonden waar
hun kop door kan, dan kan de rest van het lichaam er ook door. Sommige slangen
schuren constant met hun neus tegen de afscherming van hun terrarium, op zoek
naar een opening. Een schuilplek als een bloempot of iets dergelijks is
onmisbaar in het terrarium, evenals een tak om in te klimmen en te rusten. Voor
hun gezondheid moeten koren- en rattenslangen worden gehouden op een temperatuur
van 23 tot 29°C, de hogere temperatuur is nodig voor het verteren van hun
voedsel. De temperatuur kan in de nachtelijke uren lager worden ingesteld. Het
meten van de temperatuur kan met behulp van een eenvoudige en goedkope
aquariumthermometer die u ongeveer 3 cm boven de vloer van het verwarmde deel
van het terrarium moet bevestigen. Een lamp in het terrarium kan zo opgesteld
worden dat een plek om te 'zonnen' ontstaat. Met behulp van een schakelklok kan
de lamp op bepaalde tijden aan- en uitgeschakeld worden. Pas de instellingen van
de klok aan aan de seizoensveranderingen in de luchttemperatuur. Er dient altijd
een schaal met vers water beschikbaar te zijn voor de slang. Deze kan gebruikt
worden voor het drinken, maar soms ook om in te baden.
Voedsel:
Een jonge slang moet in het begin gevoerd worden met kleine muizen. Naar gelang
uw slang groeit, kan de grootte van het prooidier ook toenemen van nestmuizen
naar behaarde nestmuizen en springertjes tot kleine muizen of ratjes. Een
volwassen koren- of rattenslang eet middelgrote tot grote muizen, grote
rattenslangen kunnen ook kleine ratten eten. Wanneer u per maal te veel voedsel
aanbiedt of een te grote prooi voor de slang, zal deze het voedsel
uitbraken.
Nakweek:
Deze slangen zijn waarschijnlijk de meest gekweekte ter wereld. Dit komt omdat
deze slang zeer makkelijk tot kweek is aan te zetten. Als u vanaf oktober
langzaamaan de schakelklok terugstelt waardoor i.p.v. .12 uur de lamp halverwege
november nog maar 9 à 10 uur brandt, is het voor 99% zeker dat u nakweek kunt
verwachten.
Vaak hoeft dit niet eens gedaan te worden. Uit eigen ervaring is gebleken dat
deze slang toch wel voor nakweek zorgt ook als u niks aan de temperatuur of aan
de tijd dat de lamp brandt verandert. In 2004 is bij mij zelfs een tweede legsel
verkregen zonder er ook maar iets voor te doen. Het 1ste legsel bestond uit 18
eieren en het 2de uit 10 eieren.
Opmerkingen:
Deze slang is bij veel beginners geliefd omdat hij zo makkelijk te onderhouden
is.
Maar ook dankzij de vele kleuren die inmiddels zijn ontstaan.
Echter veel van deze slangen zullen nooit bij hun eerste eigenaar blijven, wat
ik eigenlijk wel jammer vind. Dit komt mede doordat deze slang zeer makkelijk te
houden is en veel mensen na een jaar of enkele jaren er op uitgekeken zijn en
dan op zoek gaan naar een nieuwe uitdaging. Dus ook bij deze slang geldt verzint
eer ge begint.