
Naam:
Latijnse naam: Acrantophis dumerili
Nederlandse naam: Madagascar grond boa
Soort omschrijving:
Acrantophis dumerili behoort tot de familie Boidea, tot deze familie behoren de
grootste slangen soorten zoals de pythons, boa’s en anaconda’s. De
Boidea-familie is opgesplitst in een aantal verschillende ondersoorten, hiervan
is één de ondersoort Boinae. De Madagascar grondboa valt onder de Boinae. De
soort is vernoemd naar de in de 19e eeuw levende Franse bioloog A.M.C. Dumeril.
De Dumerili’s zijn verwant aan de Boa constrictor uit Latijns America.
Habitaat:
De Madagascar grondboa’s komen voor op het eiland Madagascar, één van ’s werelds
grootste eilanden, deze ligt in de Indische oceaan ten oosten van Afrika. De
grondboa leeft daar zoals zijn naam al doet vermoeden in de jungle grotendeels
op de grond.
Gedrag:
De Madagascar grondboa is een zeer rustige slang. Ze liggen ook grotendeels van
de dag te zonnen. Over het algemeen is het een goede eter, maar er zitten altijd
uitzonderingen tussen.
Hoewel veel mensen zeggen dat dit een goede beginners slang is, raden wij aan om
toch eerst ervaring op te doen met andere soorten zoals bijv. een Pantherophis
(Elaphe).
Uiterlijk:
Deze tot 2 meter lang wordende slang is licht geelbruin met een ingewikkelde
donkere tekening, waarvan de onderdelen onderling verbonden zijn en over het
hele lijf een onregelmatig netwerk vormen. Vooral jonge slangen hebben soms
rozige of rode plekken op de kop en nek.
Huisvesting:
Deze soort heeft een grote behuizing nodig met een temperatuur van ongeveer
25-32°C, die 's winters met 5°C moet worden verlaagd om paring te
bewerkstelligen. Ook 's nachts moet de temperatuur vrij hoog blijven, ronde de
20°C, dit om ziekte te voorkomen. Hoewel de naam anders doet vermoeden, stelt
deze slang het zeker wel op prijs als er mogelijkheden zijn tot klimmen. Een
hoge luchtvochtigheid wordt ook zeer gewaardeerd. Een grote waterbak mag ook bij
deze soort niet ontbreken.
Voedsel:
Het voedsel bestaat uit knaagdieren en zou geen probleem moeten vormen, hoewel
sommige exemplaren de voorkeur geven aan vogels zoals kwartels en kuikens. De
dieren die moeilijk of weinig willen eten, zijn over het algemeen weer aan het
eten te krijgen door het voeren van kuikens.
Nakweek:
Deze soort is ovovivipaar (levenbarend). De worpen bestaan uit 2 tot maximaal 20
grote jongen die wel 70 cm lang kunnen zijn en zonder complicaties kunnen worden
opgefokt. Een normale worp ligt tussen de 4 en de 12 jongen. Na 160 tot 200
dagen bevalt de moeder van haar jongen, meestal in de vroege morgen.
Cites:
Dumérils Madagaskar-boa is opgenomen in Appendix 1 van de CITES-lijst. Dit
betekent dat voor het houden een ontheffing moet worden aangevraagd. Zie elders
op de site de link naar het minlnv.(Ministerie van landbouw, natuur en
voedselkwaliteit)
Opmerkingen:
De andere soorten in dit geslacht zijn Acrantophis madagascariensis, de
Madagaskar-boa, die gelijksoortige eisen stelt, hoewel deze groter kunnen
worden. Sanzinia madagascariensis is de Madagaskar-hondskopboa, die op vrijwel
dezelfde wijze kan worden verzorgd als de in de bomen levende soorten uit
Zuid-Amerika zoals Corallus enydris, maar deze slang is niet gemakkelijk te
houden of te fokken. Deze beide Madagaskische soorten zijn opgenomen in Appendix
1 van de CITES-lijst en zijn via legale kanalen vrijwel niet te verkrijgen.