Naam:
Latijnse naam: Boa constrictor
Nederlandse naam: Boa constrictor, afgodsslang, koningsboa,
roodstaartboa
Soort omschrijving:
Het genus Boa telt maar eén soort, de Boa constrictor, die wordt opgedeeld in 8
ondersoorten. In Suriname komt alleen de ondersoort boa constrictor constrictor
voor.
Habitat:
Verspreidingsgebied: Guyana's, het amazonegebied van Brazilië, in Paraguay en op
Trinidad en Tobago. In het algemeen op niet al te vochtige plaatsen van de
kuststreek tot diep in het binnenland. Haar rustplaats varieert van een zo droog
mogelijk plekje in het vochtige regenbos, o.a. onder omgevallen boomstammen, in
gaffels van bomen of in rotsspleten tot zeer droge plaatsjes in de bewoonde
wereld, bijvoorbeeld in berg- en rommelhokjes, op zolders, in oude, leegstaande
huizen, tussen houtopslag, in de riolering (droge tijd), onder de
palmblad-afdakjes van verlaten boslandcreoolse huisjes, enz. Leefwijze: Het is
voornamelijk een terrestrische slang, die soms echter ook in bomen wordt
aangetroffen. Het is een nachtjager, maar zal zonodig ook overdag op jacht gaan.
Met de bovenlipschuhben kan de slang min of meer de warmteuitstraling van
warmbloedige dieren waarnemen. Hierbij kan zij bij duisternis toch een prooi in
haar nabijheid opmerken.
Gedrag:
Men moet bij het vangen van grote exemplaren meer beducht zijn voor het sterke,
scherpe gebit dan voor de wurgkracht. Het dier haalt over het algemeen niet die
lengte, waarbij het voor een volwassen man gevaarlijk kan worden. Voelt de boa
zich bedreigd, dan kan hij een hevig sisgeluid voortbrengen, dat veel lijkt op
het afblazen van stoom. In gevangenschap zal hij die verdedigingswijze snel
afleren.
Uiterlijk:
De grondkleur kan per exemplaar variëren van beige tot donkerbruin of zelfs tot
rose. De donkere tekeningen, variërend van lichtbruin tot zwartbruin, vormen de
omranding van grote, ovale of zadelvormige rugvlekken. Midden over de kop (van
neus tot nek) loopt een donkere streep. Op de zijkant van de kop loopt een spits
toelopende streep, van het "oorgebied" tot voor het oog. Het oog krijgt hierdoor
een typische horizontale verdeling in twee kleuren. Bij de in Suriname
voorkomende boa constrictors kunnen zeer donkere exemplaren gevonden worden,
waarbij de tekening bijna niet te onderscheiden is. Maximum lengte: ca. 450
cm.
Huisvesting:
Plaats een minimaal 120 x 70 x 100 cm groot terrarium voor een paartje.
Temperatuur 27-32 C, 35-40 C onder de spot, ‘s nachts 22-25 C. Gebruik spots en
bodemverwarming. Sproei elke dag en geef boa’s rust. Zeker als u ermee wilt
kweken.
Voedsel:
Voornamelijk zoogdieren en hoenderachtigen. In de nabijheid van de bewoonde
wereld vangt zij naast muizen en ratten vooral ook opossums, maar ook kuikens,
volwassen kippen en eenden. Jonge boa's zullen na hun eerste vervelling (ca. 14
dagen na de geboorte) veelal alles grijpen wat hun voor de neus komt. Meestal
zijn dat teju's, jonge leguanen en andere hagedisachtigen. Zij zijn echter al
direkt in staat om een muisje te verschalken.
Nakweek:
Geeft in oktober tot december twee tot drie maanden rust bij ongeveer 20 C.
liefst individueel in een droog terrarium (Relatieve vochtigheid 70%) met een
schuilplaats, een waterbak en 4 tot 6 uur belichting per dag. Ga daarna langzaam
terug naar normale temperaturen en vochtigheid. Voer ze enkele weken erg goed
alvorens liefst drie mannetjes bij een vrouwtje te plaatsen. De mannetjes
stimuleren elkaar tot paren, soms binnen enkele uren, maar meestal moeten de
mannetjes drie tot vijf weken baltsen. Een tot twee weken na de paring vindt de
ovulatie plaats. Deze is zichtbaar als een behoorlijke verdikking, 65% van de
totale lengte achter de kop, vlak achter de plek waar een prooi blijft zitten.
Plaats het wijfje alleen en voer haar veel. Tijdens de laatste zes tot acht
weken van de draagtijd eet ze weinig. Voer niet te grote, net gedode prooien.
Het vrouwtje wordt weer wat minder dik en ligt soms in ongewone posities. Deze
Boa is ovovivipaar, De draagtid is140-180, soms zelfs 240 dagen tussen maart en
juli, brengt het wijfje 10-20, soms 50 jongen voort met een lengte van 50 cm.
Eén wijfje had drie achtereenvolgende worpen van 22 jongen met elke keer een
tussenperiode van 2 jaar. Tien dagen na hun geboorte worden ze gevoed met jonge
muizen en ondergaan ze hun eerste vervelling.
Opmerkingen: